07. Schrijven is meer dan aan tafel zitten met een pen

Ergotherapeute Evelyn Schrauwen vertelt ons meer over schrijfmotoriek en hoe je zelf aan de slag kan.

“Mijn kindje schrijft moeilijk, kunnen jullie helpen?” Met die vraag komen ouders af en toe bij onze logopediepraktijk aankloppen. Alleen zijn wij daar niet de geknipte persoon voor. Wie dat wel is? Ergotherapeute Evelyn Schrauwen! Naast haar diploma ergotherapie heeft ze ook een bachelor in de psychologie. Ze werkt in een groepspraktijk in Aartselaar en Borsbeek waar ze kinderen helpt met hun schrijfmotoriek, lateralisatie, executieve functies gelinkt aan gedrag en prikkelverwerking. Het centrale thema vandaag? Schrijfmotoriek!

Wanneer kloppen ouders best bij een ergotherapeut aan of verwijs je als logopediste door?

Als je ziet dat schrijven moeilijk is voor je kindje. Misschien schrijft hij de lettertjes niet goed of houdt hij zijn blad scheef? Of als hij schrijfkramp of pijn heeft, natuurlijk. Vind je kind schrijven gewoon niet leuk? Dan vind ik het moeilijker om in te schatten. Er zijn namelijk veel kinderen die liever andere dingen doen dan schrijven, he. Dat wil niet per se zeggen dat er aan hun schrijfmotoriek moet gesleuteld worden.

Staar je ook niet blind op de opgegeven mijlpalen. Die moeten uiteindelijk wel gehaald worden, maar wanneer dat precies is, dat is voor ieder kind anders. We ontwikkelen allemaal op ons eigen tempo. Blijft je kindje motorisch wat achter op de mijlpalen of leeftijdsgenootjes? Dan wijst dat niet automatisch op een probleem.

Wat is de grootste misvatting die ouders over schrijfmotoriek hebben?

Vele ouders denken dat schrijven niet meer is dan aan tafel zitten met een pen. En hoewel dat deels klopt, komt er veel meer bij kijken. Het evenwicht van je kindje bijvoorbeeld. En de kracht in zijn lichaam en zijn lichaamsbesef. Het schrijven op zich komt natuurlijk ook aan bod, maar wij ergotherapeuten focussen ons in de eerste plaats op andere dingen zoals de schrijfhouding voor we aan het schrijven zelf beginnen.

Daarom kan je zelfs al in de kleuterschool met schrijfmotorische oefeningen starten. Daar werken we minder op de fijne motoriek, en meer op de grote bewegingen die je kindje bijvoorbeeld gebruikt om een vis in te kleuren.

Waar kijk jij naar als je een kind behandelt?

Ik begin vaak eerst in de grote ruimte, op de buik. Daar kijk ik naar welke primitieve reflexen er uit de babytijd al dan niet nog aanwezig zijn. Want zijn die er nog? Dan kunnen ze de meer geraffineerde, volwassen motoriek in de weg zitten.

Zo laat ik een kindje bijvoorbeeld op handen en knieën zitten en vraag hem dan om naar links en naar rechts te kijken. Eigenlijk zou er behalve het hoofd niets mee mogen bewegen. Is dat wel het geval en beweegt de schouder of heup ook? Dan is die bepaalde reflex toch nog aanwezig, wat het moeilijker zal maken om goed te schrijven. Het toont namelijk dat er nog niet voldoende kracht in de hand zit om de pen juist vast te houden. Of dat de samenwerking tussen schouder, elleboog, pols en de kleine vingerbewegingen nog niet helemaal loopt zoals het moet.

Je kijkt ook naar de schrijfhouding van het kindje, zei je?

Ja, om goed te schrijven, moet allereerst je houding goed zijn. Zo moeten je voeten op de grond staan om genoeg steun te hebben. In de lagere school zie je dat sommige kinderen nog niet bij de grond kunnen. Hun beentjes hangen te bengelen, zonder steunpunt, waardoor ze in elkaar zakken als een patattenzakje en ze dus ook niet goed kunnen schrijven.

Een voetbankje thuis of in de klas kan een oplossing zijn. Of zelfs een dikke rekker, waarop ze dan met hun voetjes steunen. Daarom ben ik geen voorstander van universele schoolbanken: maak ze op maat van het kind, want ieder kind is anders.

We mogen ook niet vergeten dat 7 uur stilzitten aan tafel een ongelofelijke opgave is voor zo’n jonge kinderen. Tot hun 7de of 8ste blijft dat bijzonder moeilijk. Gelukkig gebruiken leerkrachten tegenwoordig vaker andere methodes zoals hoekenwerk, dat is een goede evolutie. Door te bewegen leren kinderen hun lichaam ook beter kennen.

Helpt ergotherapie ook om beter te kleuren?

Ja, zeker. Daar is het belangrijk dat je kind grote bewegingen maakt tijdens het tekenen. Dat hoeft dus niet per se aan tafel te zijn, maar kan ook in kleermakerszit of zelfs op de buik. Op die manier moet het kindje zijn hele romp, schouders en hoofd oprichten om met zijn handen te werken. Door op je buik te kleuren ga je eigenlijk een beetje terug naar de babyfase, maar het versterkt je romp. En die kracht heb je nodig als je gaat zitten om te schrijven.

Welke problemen zie je het vaakst?

Dat hangt van kind tot kind af. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van te veel pendruk: dan worden de vingertoppen van je kindje helemaal wit als hij schrijft. Of van een verkrampte penhouding: houdt je kindje zijn pen met een volle greep vast of met 3 of 4 vingers?

Ik let vooral op zijn schrijfhouding en prikkelverwerking. Kan je kindje lang stilzitten? Heeft hij iets onder zijn poep nodig om zijn houding te verbeteren? Kan ik iets tussen zijn elleboog steken dat genoeg feedback geeft om zijn arm juist te houden? Of misschien gaat zijn schouder omhoog? Waardoor hij uit zijn schouder begint te schrijven, terwijl het eigenlijk vanuit de elleboog en de pols moet komen? Dat zijn dingen waarop ik let.

Eigenlijk kan je die bewegingen verdelen in 3 categorieën, die ik graag vergelijk met pijl en boog. De grootste boog is je elleboogbeweging, de kleinere boog is je polsbeweging en de pijl zelf zijn je kleine vingerbewegingen. Soms zijn de vingers goed ontwikkeld en is er werk aan de pols en de elleboog of andersom. Die pijl-en-boog-vergelijking helpt tijdens het observeren.

Sommige kinderen spiegelen hun letters. Dat komt door het lateralisatieproces waarbij onze twee hersenhelften met elkaar moeten samenwerken. Bij een baby die kruipt, zie je dat goed. Om vooruit te gaan, werken bijvoorbeeld eerst het linkerbeen en de rechterarm samen en dan het rechterbeen en de linkerarm. Bij kinderen die het kruipen overslaan of die poepschuivers waren, is die lateralisatie soms minder goed afgestemd. Het is nochtans belangrijk voor de toekomst, zeker wanneer we gaan schrijven en onze dominante hand en assisterende hand met elkaar moeten samenwerken.

Wat is het verschil tussen een ergotherapeut en een kinesist die allebei schrijfmotoriek behandelen?

Het grootste verschil zit in de aanpak. Een kinesist kijkt vooral naar hoe het lichaam beweegt. Een ergotherapeut bekijkt het totaalplaatje, beweging én gedrag, zoals die prikkelverwerking.

Zoals ik in het begin al zei, is schrijven meer dan een pen vasthouden. Het is de koppeling tussen ons cognitieve en motorische proces. Als je een ‘a’ schrijft, doe je meer dan dat: er komen letter- en woordbeelden bij kijken of je hoort en vormt de klank. Leren schrijven helpt je ook om wat er op het schoolbord staat beter te verwerken. Het doet je beseffen of je visueel, dan wel auditief bent ingesteld en wat het beste voor je werkt.

Dat is waarom ik zo hard op het belang van schrijven blijf hameren, ook al evolueren we steeds meer naar een digitale wereld. Die koppeling tussen het cognitieve en het motorische is ook daar cruciaal om mee te kunnen. Die holistische aanpak, dat totaalbeeld, is volgens mij de meerwaarde van ergotherapie.

Wat kunnen ouders doen om thuis op schrijfmotoriek te oefenen?

  1. Laat je kindje niet te veel aan tafel zitten met een pen. Laat hem veel bewegen, en kleuren en schrijven in verschillende houdingen. Bouw bijvoorbeeld een tunnel uit verpakkingen. Zo leert hij zijn lichaam in de ruimte en zijn kracht kennen.

  2. Begin met liggend op de buik te schrijven. Begin met grote bewegingen en oefen daarna op kleinere.

  3. Ga het niet te ver zoeken om de fijne motoriek te oefenen. Om een pen vast te houden, heeft je kindje de pincetgreep nodig. Die kan je uitlokken met lucifers, karton of ander huis-, tuin-, en keukenmateriaal.

  4. Gebruik sensorisch materiaal (bijvoorbeeld sensorische boxen) om je kindje te helpen prikkels te verwerken, zijn zintuigen te gebruiken en motorische vaardigheden onder de knie te krijgen.

  5. Oefen met verschillende snelheden. Laat je kindje bijvoorbeeld in allerlei houdingen op een plantenhoudertje op wieltjes (of een ander soort karretje) kruipen: op zijn buik, op de poep, noem maar op. Laat hem daar eens heel snel mee rondrijden om dan te vertragen om iets vast te nemen. Op die manier leert hij zijn eigen kracht kennen en oefent hij zijn motoriek. Op de duur hoeft hij dan niet meer te veel na te denken wanneer hij bijvoorbeeld een beker wil vastnemen. Het gebeurt dan automatisch omdat hij erin geoefend is.

Wil je deze tips in een handig overzicht? Download ze dan hier met één klik op de knop.

Evelyn vind je via haar website www.ergolyn.be. Of op Instagram via www.instagram.com/ergolyn_ergotherapie waar ze nog tal van toffe tips deelt!

Veel schrijfplezier!

Janne

PS: Heb je iets bijgeleerd uit deze podcastaflevering? Deel ‘m dan op je social media of met al je vrienden, ouders of leerkrachten die hier ook iets aan hebben!