17. Autistische kindjes en taal

De taalontwikkeling bij autistische kindjes loopt anders dan we meestal gewend zijn. Niet abnormaal, wel verschillend. Hoe pak je dat als ouder aan? Waarop let je best? En hoe stimuleer je die taalontwikkeling? Logopediste Isabel Witters gidst je er doorheen.

We mochten Isabel al eens eerder verwelkomen in podcastaflevering 12. Voor wie haar nog niet kent: Isabel is logopediste in het buitengewoon onderwijs waar ze jonge kindjes met ontwikkelingsstoornissen en autisme begeleidt in hun taalontwikkeling. Ze ondersteunt hen zowel in de klas, als tijdens hun therapie.

Fris ons geheugen eens even op: wat is autisme precies?

Autisme is een ontwikkelingsstoornis waarmee je geboren wordt. Kort gezegd zijn je hersenen anders aangelegd. De belangrijkste kenmerken van autistische kindjes zijn problemen bij de communicatie en sociale interacties, stereotiep gedrag of speciale interesses en een andere prikkelverwerking.

Wat zeggen we best als we niemand willen schofferen: ‘autistische kinderen’ of ‘kinderen met autisme’?

Ik kies voor ‘autistische kindjes’ of ‘autistische mensen’. Daarmee volg ik de autistische gemeenschap in het Engelstalige gebied: zij kiezen er zelf expliciet voor om zo genoemd te worden. Zij zien autisme namelijk als een stuk van zichzelf, een deel van hun identiteit en niet als een handicap. ‘Mensen met autisme’ wekt de indruk dat er iets mis is met hen, alsof er iets gefixt moet worden. Terwijl dat helemaal niet het geval is.

Als zij ervoor kiezen om zo genoemd te worden, dan vind ik dat wij hen daarin moeten volgen en het goede voorbeeld moeten geven. Je bent wie je bent, we moeten hen niet veranderen.

Verloopt de taalontwikkeling bij autistische kindjes anders dan bij kinderen zonder diagnose?

Ja, uit de laatste onderzoeken blijkt dat minstens 90% van de autistische kindjes zich gestalt ontwikkelen. Dat is een normale weg naar flexibele, eigen taal, al is het wel een minder bekende.

Bij gestalt-taalontwikkeling starten kinderen niet met losse woordjes te zeggen om daarna woordcombinaties te maken. Het verloopt andersom, via echolalie: ze zeggen eerst een brok taal na die ze ergens gehoord hebben tijdens hun beleving, bijvoorbeeld wanneer ze aan het spelen zijn of naar filmpjes kijken. Die vaste brok taal slaan ze in hun geheugen op en gebruiken ze later exact opnieuw zoals ze het gehoord hebben. Dat heet scripten of uitgestelde echolalie.

Bedoelen de kinderen iets met die brokken tekst? Of herhalen ze die stukken zonder betekenis?

Wat ze zeggen is altijd betekenisvol. Ofwel willen ze je een boodschap meegeven, willen ze de interactie met je aangaan of aandacht vragen. Net zoals kinderen met een analytische taalverwerking daar ook taal voor gebruiken.

Na verloop van tijd gebruiken autistische kinderen de volledige scripts niet meer. Normaliter maken ze die scripts soepeler, breken ze die in stukken en combineren ze die met elkaar. Pas in een derde fase zullen ze losse woorden uit die scripts halen, wat overeenkomt met de eerste fase bij analytische taalverwerkers. Het proces loopt dus min of meer andersom.

Stel, je peuter of kleuter gebruikt veel echolalie. Wat kan je als ouder doen?

Erken allereerst de communicatie van je kindje: kijk hem aan, glimlach, knik, zeg een stukje na of antwoord als je begrijpt wat hij bedoelt.

Begrijp je niet wat hij zegt? Vraag dan niet: “Wat is er?” of zeg niet: “Ik versta je niet”. Daar zullen kinderen niet op antwoorden omdat ze in die vroege fases van de taalontwikkeling zelf weinig taal kunnen opbouwen.

Stel dus liefst niet te veel vragen, maar bied liever veel taal aan. Niet alleen in woorden, maar ook in korte zinnetjes die ze één op één kunnen overnemen. Iets zoals: “De rits moet toe” of “Het lukt niet”. Kortom: bruikbare taal die de kindjes direct kunnen overnemen en toepassen in verschillende contexten.

Maak je zinnen dus ook niet te lang: de spraakmotoriek van je kind is nog volop in ontwikkeling, waardoor hij lange zinnen niet duidelijk overneemt. Daardoor zal hij onverstaanbaar zijn en denk je ten onrechte dat hij niets aan het zeggen is. Zo gaat er veel communicatie verloren.

Wat komt er na de echolalie?

Na de echolalie versoepelt je kindje de taalbrokken, gebruikt hij er stukjes van, tot het losse woordjes zijn. Daarna begint hij aan de grammatica en zal hij woorden combineren, net zoals kinderen met een analytische taalverwerking.

Het probleem bij autistische kinderen is dat ze in die vroege fase blijven steken, net omdat ze taal oppikken uit bronnen zoals filmpjes, waarvan de aangeboden taal eigenlijk niet echt geschikt is om verder mee te ontwikkelen. Zoals filmpjes in een andere taal bijvoorbeeld: daar kan je als ouder weinig mee.

Enkel Nederlandstalige filmpjes laten zien, zou een oplossing kunnen zijn, al lijkt me dat niet echt haalbaar. We weten allemaal hoe snel kinderen hun plan trekken op de tablet en apps zoals YouTube. Voor autistische kinderen hebben de woorden an sich vaak geen betekenis, maar wel de verpakking, zoals de intonatie of de toon. Zo vinden sommige kindjes Hebreeuwse filmpjes heel fijn. Een betere oplossing? Kijken naar welke taalmodellen die hij wil overnemen je wel kan aanbieden om dat taalontwikkelingsproces toch in gang te zetten.

Bij autistische kinderen denk ik ook aan moeilijkheden bij non-verbale taal, zoals gebaren, wijzen, reiken en oogcontact.

Dat klopt. Dat is het tweede luik: de sociale interactie. Autistische kinderen geven andere signalen dan die waar wij van nature naar op zoek zijn. Bijvoorbeeld naar mama kijken om te laten merken dat je de aandacht deelt. Dat doen autistische kinderen veel minder.

Dat komt enerzijds door hun andere verwerking, anderzijds omdat ze prikkels anders reguleren en ook omdat hun motoriek en bewuste motorische planning anders verloopt. Daardoor kunnen ze bijvoorbeeld zelf hun blik minder goed richten naar wat jij aan het doen bent. Soms komt de info die ze zien te hard binnen en sluiten ze zich daarvoor af.

Kijk dus goed naar de signalen die je kindje geeft. Die zijn voor elk kind anders en vaak subtiel: dichter bij jou komen zitten, tegen je aanleunen of snel tegen je hand tikken zijn enkele voorbeelden van manieren waarop je kindje contact wil leggen.

Je hoort vaak dat autistische kinderen geen contact maken. Klopt dat? Of doen ze het gewoon op een andere manier?

Ik denk dat ieder kind contact wil leggen. Dat is een primaire behoefte. Bij autistische kinderen verloopt het gewoon anders. In een te drukke ruimte zullen ze zich bijvoorbeeld afsluiten om zich veilig te voelen. Ze geven andere of net minder signalen omdat hun motoriek en motorische planning hen niet toelaten te reageren. En wat ze uit de omgeving opnemen verwerken ze bovendien anders. Zij geven niet dezelfde betekenis als wij aan onze signalen. Het is bijvoorbeeld niet omdat wij wijzen dat zij beseffen dat wij willen dat ze meekijken naar iets.

Je zei dat de prikkels soms te veel kunnen zijn, kunnen autistische kinderen ook onderprikkeld zijn of op zoek gaan naar prikkels? Ik had namelijk ooit een kindje in de praktijk die met zijn neus tegen de muur kroop omdat de zon erop scheen en hij het verschil tussen het licht en zijn schaduw wou zien.

De gevoeligheid voor prikkels verschilt inderdaad van zintuig tot zintuig. Sommige autistische kinderen zijn heel gevoelig voor geluiden en minder voor visuele prikkels of net andersom. Soms zijn ze ook enorm gefascineerd door bepaalde dingen, zoals water of hoe iets valt.

Dan denk ik ook aan kindjes die met verschillende voorwerpen op tafel tikken om te horen hoe het klinkt en wat de verschillen tussen de voorwerpen zijn?

Dat doen ze soms om zichzelf te reguleren, bijvoorbeeld wanneer er veel stress is. Maar het kan ook betekenen dat ze prikkels aan het ontdekken zijn. We zien ook dat autistische kinderen gevoelig zijn voor patronen en routines. Niet alleen in hun spel, door bijvoorbeeld altijd hetzelfde spelletje te spelen, maar ook in hun leergedrag: ze leren uit die herhaling. Voor taal geldt dat ook.

Het is dus niet erg dat ze iets vaak herhalen of repetitief spelen?

Je mag het zeker niet afblokken, want het is hun manier om vat te krijgen op de dingen die gebeuren. Of om de eigenschappen van speelgoed mee te verkennen. Wat je wel kan doen? Proberen om de oorspronkelijke context waarin ze iets hebben opgepikt te verbreden. Bijvoorbeeld door de autootjes of de bak speelgoed op een andere plek te gebruiken. Of door met andere personen te spelen. Of door andere auto’s te gebruiken. Zo creëer je soepelheid in wat ze verwerken en leren ze dat iets altijd betekenis heeft, ook wanneer de context ervan verandert.

Autistische kinderen gaan inderdaad moeilijk om met veranderingen of aangepaste routines. Hoe kunnen ouders hen thuis stimuleren in die soepelheid?

Kijk heel goed naar de signalen die je kindje geeft als je dingen verandert. Krijgt hij er enorme stress van? Laat het dan bij het oude. Pas als je merkt dat het lukt, mag je ermee doorgaan.

In dat geval wil je hen laten zien dat de ervaring die zij beleven, op een andere manier toch hetzelfde kan zijn. Stel dat je kindje met vier autootjes aan het spelen is. Dan neem jij bijvoorbeeld vier andere autootjes en doe je hem na. Zo leert je kindje dat het geheel dat hij als betekenisvol ervaart, met die vier andere autootjes ook dezelfde betekenis draagt. Zo bied je hem meer betekenis aan, los van de oorspronkelijke context en dus ook meer taal.

Stel, je twijfelt of je kindje autisme heeft. Wat zijn dan de eerste stappen die je zet?

Zie je dat je kindje een taalachterstand heeft, veel echolalie heeft en weinig of net andere signalen voor sociale interactie geeft die je op die leeftijd zou verwachten? Dan zou ik hem zeker laten onderzoeken. Hoe meer jij weet hoe je kindje dingen leert en verwerkt, hoe beter jij jouw aanpak kan afstemmen om zijn ontwikkeling te ondersteunen.

Daarvoor kan je terecht bij COS-centra: centra voor ontwikkelingsstoornissen. Daar voeren ze verschillende onderzoeken uit, zowel motorisch, talig, als cognitief. Je vindt die centra in grote steden zoals Antwerpen, Leuven, Gent en Brussel.

Heb je nog enkele tips voor ouders en professionals om de taalontwikkeling bij autistische kindjes te stimuleren?

Ja, ik heb er vier:

  1. Zoek naar de toegang tot taal. Soms ligt die enkel in muziek of in bepaalde filmpjes. Dan kan je die intonatie, die taal van die bepaalde filmpjes of muziek uit de oorspronkelijke beleving trekken om nieuwe taal aan te bieden. Zing het liedje dat hij nazegt zelf eens. Of speel het af met andere materialen bij.

  2. Speel belevende contactspelletjes zoals kiekeboe of kriebelspelletjes. En koppel daar tijdens het spelen taal aan. Dat mogen korte woordjes zijn, gewoon om hun te leren naar taal te luisteren en dat die betekenis draagt.

  3. Onthoud dat (taal)ontwikkeling tijd vraagt. Onze hersenen groeien door tot we midden in de twintig zijn. Vertrouw erop dat alle kindjes tijd nodig hebben om te ontwikkelen en dat wij daarbij kunnen helpen door hen dingen te laten ontdekken. Dat hebben ze nodig om de volgende stap te zetten. Je hoeft dus niet ongeduldig te zijn.

  4. Laat je kindje zijn stem gebruiken. Vele autistische kindjes gebruiken hun stem weinig omdat hun motorische planning daar een stokje voor steekt. Doe hem hardop lachen of speel spelletjes waar jullie bijvoorbeeld een indiaantje nadoen om hem te helpen zijn stem bewust te laten inzetten tijdens het spelen.

Wil je nog meer weten over de taalontwikkeling en communicatie bij autistische kinderen? Volg Isabel dan op haar Instagram-profiel.

Veel spreekplezier!

Janne

PS: Wil je Isabels 5 tips om taalontwikkeling te stimuleren altijd bij de hand hebben? Download het handige overzicht via deze link.

Inhoud