20. Het belang van neusademhaling bij kinderen

Voor podcastaflevering 20 neemt er een nieuwe gast plaats in onze studio: Bregje Hoogmartens. Bregje is prelogopediste en lactatiekundige. In haar praktijk in Houthalen helpt ze onder andere kindjes met afwijkende mondgewoonten, mondmotorische problemen en eet- en drinkproblemen. En vandaag legt ze ons uit hoe belangrijk neusademhaling bij kindjes is.

Hoe ben je in die wereld beland, Bregje?

Ik ben mama van 2 kindjes, eentje van 7 en eentje van bijna 5. Iedereen weet wel hoe frustrerend het is: een kind dat wat minder eet. Dat was voor mij de cue om op zoek te gaan naar dingen die ik nog niet wist. Zo kwam ik bij prelogopedie terecht. Bovendien vertoonde mijn kind wat afwijkend mondgedrag, waardoor ik me daar ook in heb verdiept. Dat bracht me dan bij oromyofunctionele therapie, waar ik veel begon te lezen over onze ademhaling en de invloed ervan op hoe het lichaam van onze kinderen zich ontwikkelt en functioneert.

Ademhaling is inderdaad iets wat we enorm vanzelfsprekend vinden. Waarom is een goede ademhaling zo belangrijk?

De meeste mensen denken dat we louter zuurstof inademen en koolstofdioxide uitademen. Dat klopt natuurlijk ook, al is er veel meer aan de hand. Koolstofdioxide is niet alleen maar een afvalstof, het heeft een enorme invloed op hoe we functioneren.

In ons lichaam is de verhouding tussen zuurstof (O2) en koolstofdioxide (CO2) normaal gezien in balans om goed te functioneren. Maar verliezen we te veel CO2, zoals door onze mondademhaling? Dan is ons lichaam uit balans. Het Bohr-effect, waarbij opgenomen O2 ingeruild wordt voor CO2 vindt dan niet meer optimaal plaats, waardoor de zuurstof niet meer voldoende tot bij de organen en weefsels raakt. Ons lichaam probeert dat onevenwicht te corrigeren, waardoor je bijvoorbeeld slechter zal slapen.

Wat is mondademhaling dan precies?

Mondademhaling is in- en/of uitademen via de mond. We denken dat het oké is om via de mond uit te ademen, al is het eigenlijk beter om niet alleen in te ademen via de neus, maar ook daarlangs uit te ademen. De opening van de mond is namelijk veel groter dan die van de neus en bovendien heeft die laatste nog andere functies zoals de lucht filteren, bevochtigen en verwarmen.

Wat gebeurt er als je te veel CO2 verliest? Welke gevolgen heeft dat bij een kind?

CO2 zorgt ervoor dat onze bloedvaten verwijden en ons bloed beter stroomt, waardoor de zuurstof de plaatsen bereikt waar het moet zijn. CO2 is ook een kalmerende stof: bij een tekort aan CO2 raken de zenuwcellen in een staat van opwinding. Dat kan leiden tot verhoogde prikkelbaarheid, angstgevoelens, slechte concentratie en slapeloosheid. Dan heb je kinderen die bijvoorbeeld wel lang geslapen hebben, maar die te veel CO2 verloren hebben waardoor ze toch niet uitgeslapen zijn en des te prikkelbaarder zijn.

Het wordt daardoor ook vaak geassocieerd met ADHD. Heel wat kinderen die het label ADHD opgeplakt krijgen, zijn kinderen die soms slecht ademen.

Het klinkt zo herkenbaar: ik hoor Noah in heel dit verhaal. Hij slaapt bijvoorbeeld heel goed: hij slaapt gemakkelijk in, slaapt door tot de ochtend en doet overdag een middagdutje van 2 à 3 uur. Maar als ik hem zie, dan zit of slaapt hij vaak met zijn mond open. Ik zie aan zijn gezicht ook dat hij nog wat moe is: hij heeft kleine walletjes die andere kinderen op de crèche niet hebben. Dat en het feit dat hij zo druk is overdag, zou dus aan die mondademhaling kunnen liggen?

Ja, niet alleen de luchtkwaliteit speelt een rol, ook hoe we ademen. Wat je vertelt over die walletjes herken ik bij mijn eigen kinderen en die op de praktijk: ze hebben niet voldoende kwalitatieve slaap gehad.

Andere klachten die ik vaak hoor zijn problemen met de spijsvertering, moeilijk naar het toilet kunnen gaan en bedplassen. Door dat tekort aan CO2 zit het lichaam in een staat van opwinding, in de vecht- of vluchtmodus en dan is er niet voldoende energie over voor die functies zoals hun blaas of de spijsvertering. Als je constant in die staat van spanning blijft en letterlijk niet kan ontspannen, dan kan dat ook tot faalangst leiden en angstgevoelens. Er zijn zelfs kinderen die flauwvallen door die ontwrichte balans.

In het slechtste geval ontwikkelt je kind slaapapneu, waarbij de ademhaling tijdens het slapen gewoonweg stopt. De ademhaling is de enige functie in ons lichaam die zowel willekeurig als onwillekeurig gebeurt. En als er zo’n groot onevenwicht is, zegt ons brein: “Nu stoppen we even, we resetten”, en dan stopt de ademhaling even volledig. Ik wil niemand nodeloos bang maken, maar slaapapneu is gevaarlijk.

We proberen Noah sinds kort zindelijk te maken. Binnenkort gaat hij naar school. Op dit moment loopt dat nog niet van een leien dakje: hij plast op de mat, op de zetel, … overal behalve waar het moet. Ook daar speelt die CO2-balans misschien een rol?

Dat kan. Enerzijds zal het deel zijn van zijn gewone ontwikkeling, waarbij jij als ouder het tempo van je kind moet volgen, anderzijds kan er een link met mondademhaling en CO2-disbalans zijn, zeker als er sprake is van bedplassen.

Kan het kwaad dat hij vaak op zijn buik slaapt?

Dat niet, er zijn nu eenmaal rug- en buikslapers. Het is wel belangrijk dat het mondje tijdens het slapen dicht is. Zelfs als je denkt dat je kindje toch door zijn neus ademt. Dat zorgt er ook voor dat de spieren niet verslappen.

Zijn er rode vlaggen waarop ouders kunnen letten?

Die open mond is er al eentje. Het (hoorbaar) ademen door de mond is een tweede, want de beste ademhaling is degene die je niet ziet of niet hoort. Erg vaak een verstopte neus hebben, is ook een rode vlag. Het lichaam voelt namelijk dat er CO2 verloren gaat en werpt daarom extra barrières op, in de vorm van snot en slijm, om het verlies van CO2 te beperken. Dat is een vicieuze cirkel: want met een verstopte neus adem je net nog vaker door je mond. Kindjes die heel vaak snuiven of onregelmatig ademen. Andere rode vlaggen zijn: kindjes die overactief zijn of er net heel moe uitzien en kindjes die snurken.

Bij kindjes die snurken hangt de mond open en de tong laag, achter in de keel. De tong zorgt dus voor een obstructie van de luchtweg. Tijdens het snurken is de luchtweg nog niet volledig geblokkeerd. Maar is dat wel het geval? Dan kan je kindje ook een slaapapneu krijgen.

Bij vele van die kindjes is er ook sprake van een hoger gehemelte. Doordat ze met hun mond open slapen, zakt de tong tot op de mondbodem in plaats van tegen het gehemelte. Daardoor groeit het gehemelte niet mooi in de breedte uit en krijg je een hoog gehemelte. Wat het nog moeilijker maakt om de tong ertegen te krijgen, wat opnieuw een vicieuze cirkel is.

Een juiste tongpositie, hoe ziet die eruit?

De optimale positie van de tong is volledig tegen het gehemelte, niet alleen het puntje. Je moet het er niet tegen persen, maar wel aanzuigen. Tip? Doe eens het klak-geluid van een paard na: de positie waarin je tong ligt net voor ze loskomt van je gehemelte is de juiste positie.

Normaal gezien zou iedereen dat moeten kunnen, al is het voor sommigen moeilijker. Zoals voor kinderen met een te kort tongriempje. Ook kinderen die hun mond openhouden zullen dat moeilijker vinden.

Wil je weten of je kind een goede tongpositie heeft? Bekijk dan zeker het filmpje op mijn Instagram-kanaal. Of zoek in Google ‘sleeping tongue posture hold’ op: dan vind je een supermooi filmpje van een baby waarin wordt uitgelegd hoe je het doet. Trek wanneer je kindje slaapt zijn kin zachtjes naar beneden en kijk waar de tong ligt. Ligt de tong achteraan in de mond, op de mondbodem? Dan sluit je de kaak opnieuw door de kin omhoog te doen. Achter de kin heb je een zacht deel, dat is mondbodem. Druk daar zachtjes een tiental seconden op. Je duwt de tong eigenlijk van buitenaf naar het gehemelte toe. Doe de kaak dan opnieuw open en kijk of de tong nu wel tegen het gehemelte ligt. Hoe meer je dat doet, hoe groter dat de kans wordt dat het op de duur wel zo is.

Wat kunnen ouders thuis doen?

Die sleeping tongue posture hold tijdens het slapen is een hele goeie. Zie je overdag dat het mondje van je kindje openstaat? Sluit het dan, of zeg hem, als hij al wat groter is, dat hij zijn mondje moet dichtdoen. Je mag hen echt actief erbij betrekken: leg hen uit waarom dat mondje dicht moet en waarom het beter is om door de neus te ademen, zonder dat het te beladen wordt. Dat doe ik bijvoorbeeld aan de hand van een verhaaltje over een dino en een muis, waarbij de dino heel groot en luid en met zijn mond open ademt, en het muisje heel klein en onhoorbaar door zijn neus. En dan laat ik hen dat nadoen: overdreven slecht zoals de dino en heel goed zoals het muisje.

Je kan er ook iets tussen steken, zoals een tongspatel. Daar kan je dan spelletjes mee spelen, zoals wie het eerst zijn spatel lost, heeft verloren.

Je kan hen ook tonen hoe de luchtstroom door de neus loopt, bijvoorbeeld met een vinger zodat ze het voelen, of met een spiegeltje zodat ze het zien.

Een boek dat ik zeker aanraad is Help je kind herademen. Daar legt men onder andere het belang uit van neusademhaling en de impact ervan op het gelaat en wat de gevolgen zijn van slechte mondgewoonten. Het tweede deel van het boek is heel praktisch met tips om thuis aan de slag te gaan.

Ik vond het superinteressant en ga alvast met Noah aan de slag!

Voor meer tips, volg Bregje op Instagram of breng een bezoekje aan haar website!
Je kan het overzicht met de drie belangrijkste tips van Bregje downloaden via deze link.

Veel ademplezier!

Janne

Inhoud